| VERWERVING INKOMEN |
Problemen met het verwerven van inkomen of met wettelijke regelingen die daarmee samenhangen (o.a. uitkeringen, belasting, kinderbijslag) |
| BESTEDING |
Problemen met de besteding van het inkomen, hetgeen kan uitmonden in schuldsanering of budgettering. |
| HUISVESTING |
Problemen met het ontbreken van huisvesting of in verband met gebrekkige/niet passende huisvesting of met het vinden van een andere woning. |
| VORMING/OPLEIDING |
Problemen rond scholing, bijscholing, omscholing, keuze van opleiding, etc.. |
| ARBEID |
Problemen met het verkrijgen of ontbreken van passende arbeid en problemen binnen of ontevredenheid over de arbeidssituatie. |
| GEZONDHEID |
Problemen met verzorging, verpleging of opname, als gevolg van de lichamelijke en/of geestelijke gezondheid; problemen met gezondheid zelf | .
| ECHTSCHEIDING |
Problemen in verband met echtscheiding; onder andere procedures, financiële afwikkeling (alimentatie), regelingen voor de kinderen. |
| RELATIE TOT PARTNER |
Problemen in de relatie tussen partners, zoals: uit elkaar gegroeid zijn, acceptatie, rolverdeling (emancipatie), stoornissen in de seksuele relatie, kinderloosheid, zwangerschap, abortus. |
| RELATIE OUDER/KIND |
Problemen in de relatie tussen (schoon)ouders en kind(eren), onder andere generatie-conflicten en opvoedingsproblemen. |
| RELATIE TOT ANDEREN |
Problemen in de relatie met overige familie, buren, vrienden, kennissen of anderen. |
| MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES |
Problemen met het functioneren van of het omgaan met maatschappelijke organisaties, zoals RIAGG, arbeidsbureau, GSD, bedrijfsverenigingen, belastingdienst, etc. Ook hulp bij opstellen van bezwaar- en beroepsschriften, invullen van formulieren. |
| MULTIPROBLEEM-GEZIN |
Gezin met complexe problemen binnen het gezin en met personen of instanties daarbuiten. Veelal tevens verwaarlozing van gezinstaken, zoals zorg voor inkomen, gezondheid, huishoudelijke taken. Daarbij bestaat er dikwijls een afhankelijkheid van hulpverlenende instanties. |
| VERWERKING |
Problemen naar aanleiding van een gebeurtenis (sterfgeval, ernstige ziekte, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, echtscheiding), die de cliënt niet of moeilijk kan verwerken. |
| EENZAAMHEID |
Problemen met het alleen zijn of het zich alleen voelen. |
| IDENTITEIT |
Problemen met het voor zichzelf niet meer herkenbaar zijn of geen toekomstperspectief meer zien. Het gaat hier bijvoorbeeld om problemen in verband met het niet hebben van een
toekomstperspectief en het geen zin kunnen geven aan het leven in verband met seksuele geaardheid, geloof, emancipatie, etc. |
| VERSLAVING |
Problemen verband houdend met overmatig gebruik door de cliënt van alcohol, drugs, medicijnen etc. Ook telefoon- en gokverslaving. |
| OVERIGE PSYCHISCHE PROBLEMEN |
Problemen niet vallend onder een van voorgaande rubrieken welke als psychisch probleem te kwalificeren zijn. Bijvoorbeeld: fobieën, angsten, gebrek aan zelfvertrouwen, assertiviteit, concentratieproblemen, depressiviteit, overspannen, overwerkt, psychiatrische problemen. |
| CULTUURVERSCHILLEN |
Problemen in de relatie van cliënt tot anderen ten gevolge van verschil in cultuurpatroon (onder andere discriminatie, onbegrip, aanpassing) |
| SLACHTOFFER MACHTSMISBRUIK/GEWELD |
Problemen van cliënt (of diens partner/kind/ouder) als gevolg van machtsmisbruik/ geweld, zijnde een schadelijke vorm van een lichamelijke, psychische of seksuele handeling. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen 'actueel' (o.a. mishandeling, verkrachting, incest) en 'verleden' (oorlogstrauma's, verwerking). |